Home                       Contact       Aanmelden Nieuwsbrief               InnovationHub

  Plus interview            Passionate People           Blikvangers           Video           Columns
   Innovatie
   Mobiliteit
   Nieuwe Economie
   Nieuw Organiseren

Een les uit Davos

Bedrijfsleven zet zich in voor verantwoord leiderschap
Harry Hummels

In Davos werden dit jaar grote woorden gesproken over verantwoordelijk leiderschap. Philips CEO Frans van Houten moedigde bedrijfsleiders en investeerders aan de Compact for Responsible Business Leadership te ondertekenen. Volgens Harry Hummels moet er nog veel gebeuren. De bereidheid is goed, maar zonder overheden en maatschappelijke organisaties actief te betrekken bij het realiseren van de langetermijndoelstellingen wordt het moeilijk.

Verantwoord leiderschap

Tijdens het recente World Economic Forum waren enkele uitdagende stellingen te horen. “Groei zal niet duurzaam zijn, als deze niet inclusief is”, of “Mondiale ondernemingen dienen zich aan te sluiten bij een multi-stakeholder benadering om zaken te doen” en “Meer dan 60% van de werkgelegenheid en 30% van de activiteiten kunnen worden geautomatiseerd. In het licht van de snelle technologische veranderingen kunnen we niet terugvallen op de overheid om mensen te herscholen; bedrijven zullen het heft in handen moeten nemen.”

Wat deze uitspraken zo prikkelend maakt is dat ze niet afkomstig zijn van overheden, maatschappelijke instellingen of academici. IMF-directeur Christine Lagarde spoorde aan tot herverdeling, terwijl McKinsey’s Managing Partner Dominic Barton, bedrijfsleiders opriep tot actie als gevolg van de verdwijnende lager geschoolde arbeid. Philips CEO Frans van Houten sprak over ‘verantwoord leiderschap’ en moedigde bedrijfsleiders en investeerders aan de Compact for Responsible Business Leadership te ondertekenen. Inmiddels hebben al meer dan 100 bedrijven dit gedaan, waaronder Nestlé, Unilever, Bank of America, Total en Philips. Zij nemen daarbij de UN Global Goals for Sustainable Development – kortweg ook wel Sustainable Development Goals of SDGs genoemd – als richtsnoer voor het handelen.

Door de Compact te ondertekenen delen ondernemingen “de overtuiging dat de samenleving het best wordt gediend door bedrijven die hun doelstellingen afstemmen op de langetermijndoelstellingen van de samenleving”. Voor zover kortetermijn financiële overwegingen een rol spelen, mogen deze niet afleiden van het streven naar langetermijn economische welvaart en maatschappelijk welzijn. Het commitment van de ondernemingen is een belangrijke stap in het aanpakken van talrijke maatschappelijke problemen.

Een meer sociale economie

De eerste tekenen van een meer sociale economie werden tijdens het forum zichtbaar. Dan gaat het niet alleen om de inspirerende verhalen van ondernemers zoals Hamdi Ulukaya, een Koerdische zakenman die in de VS een yoghurt imperium opbouwde, of Tom Szaky, die een ‘totaalconcept’ heeft ontwikkeld op gebied van recycling. Wat het Forum zo boeiend maakte is dat ook multinationale ondernemingen geïnspireerd zijn geraakt door de verhalen van de entrepreneurs. Philips vormt een goed voorbeeld. De onderneming heeft een nieuw type gezondheidscentrum ontwikkeld in Kenia, een Community Life Centre (CLC) . De kern van het concept is dat de toegang tot primaire gezondheidszorg wordt versterkt en wordt verbonden met de levering van (zonne-)energie en schoon drinkwater. Van Houten gaf aan in samenwerking met overheden en maatschappelijke organisaties te werken aan het ontwikkelen van 1000 centra in Afrika. Maatschappelijke behoeften en commerciële mogelijkheden worden bij elkaar gebracht en ontwikkeld op een wijze dat de samenleving en de onderneming er beide beter van worden.

Lacune in de Compact

Het voorbeeld wijst tegelijkertijd op een lacune in de Compact. Dat begint al bij de naam. Een compact is een verdrag of een overeenkomst. Wie de Compact goed leest ziet dat het meer een ‘verklaring’ is – een ‘statement’ of een ‘declaration’. De onderneming deelt haar visie en haar leider committeert zich om een meer verantwoord bestuur te bevorderen gericht op de langetermijndoelstellingen van de samenleving – wat die ook mogen zijn. Wie evenwel spreekt over een verdrag of een overeenkomst dient aan te geven wie de verdragspartner is of de tegenpartij in de overeenkomst. Die is er dus niet. De Compact richt zich tot bestuursvoorzitters en commissarissen van ondernemingen en tot investeerders. Het document roept hen op tot het ontwikkelen van een bestuurlijk kader waarin de belangen van de samenleving beter kunnen worden behartigd.


Wie evenwel spreekt over een verdrag of een overeenkomst dient aan te geven wie de verdragspartner is of de tegenpartij in de overeenkomst




De vraag die opkomt is of bij het ontwikkelen van dit kader representanten van de samenleving niet ook direct betrokken moeten zijn? Ondernemingen spreken in de Compact wel over de langetermijndoelstellingen van de samenleving waaraan zij willen bijdragen, maar niet met de vertegenwoordiger(s) van die samenleving. Wie zou als medeondertekenaar aan tafel moeten zitten? De Compact blijft het antwoord schuldig. Tegen de achtergrond van de door Philips ontwikkelde CLC’s is dat verrassend. Het is precies deze samenwerking met overheden en maatschappelijke organisaties die maakt dat Philips haar CLC-concept succesvol kan ontwikkelen in Afrika.

De invulling van een Sustainable Development Goal

Een tweede aspect dat nader aandacht behoeft is de verwijzing naar de SDGs. Deze doelstellingen werden in september 2015 vastgesteld in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Ze committeren in de eerste plaats de lidstaten die zich verplichten de 17 doelstellingen nader in te vullen met concreet beleid en concrete acties. Het is mooi dat ook het bedrijfsleven de SDGs als uitgangspunt neemt. De vraag is dan wel of het implementeren van de doelstellingen vanuit het perspectief van een onderneming altijd synchroon loopt met dat van de samenleving die als begunstigde wordt gezien.

Neem Bridge International Academies. De onderneming biedt primair onderwijs aan in Kenia en Oeganda. Inmiddels overweegt de Liberiaanse overheid haar primaire onderwijs uit te besteden aan Bridge. Op welhaast Tayloristische wijze worden scholieren onderwezen door instructeurs die nauwkeurig hun eigen instructies volgen. Die bestaan uit het volgen van lesplannen die van minuut tot minuut zijn beschreven. De onderneming leidt momenteel rond 150.000 scholieren op voor een bedrag van ongeveer 6 dollar per maand. Op het eerste gezicht draagt het onderwijs direct bij aan het realiseren van SDG-doelstelling 4. Deze doelstelling beoogt gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs te bevorderen en levenslang leren voor iedereen. Dat zou ook kunnen worden afgeleid uit de resultaten die Bridge International Academies behaalt. Vergelijkend onderzoek wijst uit dat Bridge scholieren op het onderdeel lezen 32 procent betere resultaten halen en op het onderdeel rekenen 13 procent. In een publieke onderwijsomgeving waar leerkrachten regelmatig afwezig zijn en de effectiviteit van het onderwijs wordt bekritiseerd, vormt de nieuwkomer op de markt een duidelijk bedreiging. De reacties van organisaties van leerkrachten, zoals Education International en de Kenyan National Union of Teachers, bleven dan ook niet uit. Zij verwijten de instructeurs een gebrek aan inhoudelijke en didactische opleiding. Ook wordt Bridge beticht van een inadequate en onveilige inrichting van de leslokalen.

De Keniaanse overheid, mede daartoe aangezet door de vakbonden van leraren, eist inmiddels dat tenminste de helft van het lerarenkorps van alle publieke en private scholen in Kenia lesbevoegd moet zijn en overeenkomstig worden beloond. In Oeganda worden de 63 scholen met sluiting bedreigd als gevolg van achterblijvende hygiëne. Als deze voornemens wordt doorgezet betekent dat het einde van het huidige business model van Bridge. Het break-even punt ligt momenteel rond de 500.000 scholieren, maar zal na invoering van de maatregelen aanzienlijk hoger uitvallen. Tevens leidt het tot een significante reductie in de keuzemogelijkheden van gezinnen, waar de leden moeten rondkomen van zo’n 2 dollar per dag.

Naar een echte compact

Het is zonder meer toe te juichen dat bedrijfsleiders en investeerders spreken over het behartigen van de lange-termijn doelstellingen van de samenleving. Tegelijkertijd wijzen de voorbeelden van de Philips CLCs en Bridge International Academies uit dat deze langetermijndoelstellingen alleen in goede afstemming tussen alle betrokkenen kunnen worden gerealiseerd. De Compact duidt op een bereidheid van ondernemingen zich in te zetten voor de belangen van de samenleving. Het zou nog beter zijn geweest als de Compact had aangegeven overheden en maatschappelijke organisaties actief te betrekken bij het realiseren van de langetermijndoelstellingen van de samenleving. Dit vraagt om de ontwikkeling van een inclusieve Compact 2.0, waarin de actieve samenwerking centraal staat tussen bedrijfsleven, investeerders, overheden en relevante maatschappelijke organisaties. Gezamenlijk dienen zij zich te richten op het versterken van de creatie van maatschappelijke en langetermijn economische meerwaarde, een faire verdeling van de lusten en lasten van economische groei en een inclusieve besluitvorming waarin de beoogde begunstigden van deze groei een stem hebben. Pas dan is sprake van een echte Compact.

Harry Hummels, “Bedrijfsleven zet zich in voor verantwoord leiderschap: een les uit Davos”, Me Judice, 25 januari 2017.



   Duurzaam Dossier
   In Beeld
   Innovatie Modellen





  Plusbusiness.nl
  Over Plusbusiness.nl
  InnovationHub
  Contact
  Redactie
  Uitgever
  Nettiquette
  Disclaimer
  Persberichten
  Vrijwilligers


  Specials
  Leestafel
  Zeven wetten voor
    innovatie

  Bachelor Master Prijs
  Rondetafelgesprek
  Rondvraag


  Tools
  Kaizen
  Milieubarometer
  Ladder van Lansink
  Innovatiestijlquiz


  Infographics
  Kritieke grondstoffen
  Global resources stock
    check

  Human Development
    Index

  Kondratieff-golven
  Toekomstige
    technologische
    ontwikkelingen

  Ellen MacArthur
  Categorieën
  Innovatie
  Mobiliteit
  Nieuwe Economie
  Nieuw Organiseren
  Passionate People
  Blikvangers
  Video
  Duurzaam Dossier
  In Beeld
  Innovatie Modellen
  3d Printing
  Grondstoffen Strategie
  Deeleconomie
  Integrated Reporting
  Upcycling


  Columns
  Strategische Marketing
  Crowdfunding
  Klantgedreven Innoveren
  Partnershappen
  CSR Issues
  De Consumens
  Boeiend?


  Links
  Global Innovation Index
  Sustainable Society Index
  Gemeentelijke
    Duurzaamheids Index

  Plus interview
  Hester Klein Lankhorst
  Suze van der Meulen
  Roland Amoureus
  Wiebrand Kout
  Ton Van ’t Noordende
  Chris Heutink
  Tom Oostrom
  Ivo de Nooier
  Theo Voskuilen
  Merijn Everaarts
  Stientje van Veldhoven
  Taco Carlier
  Karel Luyben
  Rob van Gijzel
  Jacqueline Cramer
  Bas Ruter
  Femke Groothuis
  Felix Janszen
  Frank van Ooijen
  Herman Hoving
  Ewald Breunesse
  Ton van der Giessen
  Stef Kranendijk
  Max Remerie
  Henk de Bruin
  Hans Kwaad
  Marga Hoek
  André Veneman
  Gerald Schotman
  Marco van Gelder
  Thomas Rau
  Ton van Keken
  Sander Tideman
  Ruud Koornstra

  Volg Plusbusiness.nl


  Afmelden nieuwsbrief

   Facebook

   Twitter

   LinkedIn


  Innovatie Modellen
  Stacey Martix
  Het Ansoff model
  Concurrentiestrategieën
    van Porter

  The Lean Startup methode
  Design Thinking
  Het model van Knoster
  Innovatieradar
  Strategische innovatie
  Zes denkhoeden van De Bono
  Het Belbin model
  Het Nonaka model
  Clusterradar